02 Kindermishandeling

Bij het omkleden voor de gymles zag ik bij Hans een gekneusde blauwzwarte enkel. Die zag er niet goed uit. Ik dacht aan een ongelukje met een “voet-in-de-spaken” en vroeg “Hoe komt jouw voet zo blauw, Hans?”. Het antwoord liet me schrikken: “Me vader heeft me geschopt meneer”. (kinderen en ouders noemden ons op onze school “meneer” en “mevrouw” in plaats van meester of juf.)

Ik vroeg niet verder en begon met de gymles.

Na schooltijd vertelde ik het ons schoolhoofd en hij nodigde meteen Hans’ vader uit voor een gesprek na werktijd. De volgende dag om kwart voor zes kwam hij het “hoofdenkamertje” binnen en we hoefden niets te vragen….

Er brak een berouwvolle spraakwaterval los, die er in het kort op neerkwam dat Hans zich thuis onbeleefd had gedragen tegenover zijn moeder en aanmerkingen op haar kookkunsten had gemaakt. Paps nam het voor mams op en gebood hem om excuus te maken (Sorry te zeggen). Dat deed zoonlief niet. Vader werd driftig en zei: “En nu snel naar boven naar je kamer, want anders dan schop ik je naar boven”. Hans treuzelde nog wat voor de trap. Zijn vader wilde hem een stimulerende schop onder zijn achterwerk geven, maar op dat moment trok Hans zijn onderbeen als afweer naar boven. Paps’ schop trof de jongen vól op zijn enkel. Koud water hielp niet om een zwelling te voorkomen.

We vielen even stil. Het hoofd der school liet het woord kindermishandeling vallen en de man barstte in huilen uit. Hij had grote spijt en dit zou nooit weer gebeuren. We namen genoegen met deze spijtbetuiging en zeiden hem dat we geen aangifte zouden doen en alleen een interne notitie zouden maken zonder gevolgen voor hem. En dat die notitie alleen gebruikt zou worden bij herhaling van een dergelijke mishandeling. Paps vertrok onder grote dankzegging naar zijn gezin voor de warme maaltijd.

 

07 Mi switi Sranan

Suriname werd een zelfstandige staat. Maar toch kwamen er op een moment een aantal Surinaamse gezinnen in ons stadje wonen. Enkele gezinnen met vader en moeder en kinderen, maar ook enkele alleenstaande moeders met kinderen. Zo kreeg ik Sam en Josh in de klas. Tengere mooie jongetjes. Verlegen, en vlug als water. Ze hadden wel op school gezeten, maar de lessen lezen, rekenen en taal waren misschien daar van een ander niveau? Dus ze kregen al snel een aangepast programma.

Toch had ik een fijn contact met ze. En ook met hun moeder. Zij was een lieve vrouw en van een schoonheid zo als ik die zelden had gezien. Zij bleef echter niet lang in ons stadje. Onverwacht verdween zij met de kinderen. Twee maanden later kreeg ik een brief uit Paramaribo. Sam schreef me een korte brief met een tekening.

“Ik dank u meneer. U bent goet. Ik groet. Ik zing ik zing een liet voor u. Kloofteneer wan hij is goet. Groet van Sam”.

 

13 Lenen-betalen-lenen- … GESTOPT.

Willem Zuidkant was voor werk voorgoed ongeschikt. Hij had een maandelijks inkomen en een 45km-autootje. Maar de maanden duurden altijd een aantal dagen te lang. Geld voor shag durfde hij zijn vrouw niet te vragen om scènes te voorkómen. Maar hij zocht oplossingen voor dat probleem.

Hij liep de school binnen en kwam zonder kloppen mijn kamer binnen. “Meester, ik zit met een groot probleem. Komende dinsdag komt mijn geld binnen, maar voor die tijd heb ik geen cent meer voor ons eten. Kan de school ons voor één keer helpen aan 20 euro? Dan betaal ik u woensdag wel terug.” Omdat de school geen budget heeft voor dit type noodhulp, pakte ik mijn portemonnee en gaf hem de € 20,00. Onder dankzegging en met de mededeling dat ik het écht woensdag terug zou krijgen, vertrok hij. En inderdaad bracht hij het geld woensdagmiddag bij mij thuis. Mijn vrouw keek bedenkelijk, maar ik sprak vergoelijkend: “Hij zat even klem, dus heb ik hem even geholpen”. Maar die maandelijkse vraag herhaalde zich nog een aantal keren tot ik een telefoontje kreeg van een maatschappelijk werker: “Klopt het dat je af en toe geld leent aan Willem Zuidkant?” Ik bevestigde dat en vertelde dat ik het geleende toch altijd binnen de afgesproken tijd terugkreeg. Antwoord: “Dan heeft hij het goed met je voor. Je bent namelijk één van de zeven adressen in het dorp die hij gebruikt. Het geld dat hij jou terugbetaalt, heeft hij even daarvoor met een zielig verhaal bij een andere dorpeling losgepeuterd. Hij is al een tijdje bezig met geld “rondpompen”. Hij is daar in vastgelopen, kwam bij mij en we zoeken naar een oplossing. Dus mijn wens: Wil je hem NOOOOIT meer geld lenen!”

 

19 Dat briefje van tien was meer waard.

Ouders die binnen hun gezin te maken hebben met een verslavingsprobleem hebben het zwaar. Zeker als het de vader betreft, die werkloos is, zich agressief gedraagt, maar toch vindt dat HIJ het geld moet beheren.

Alcohol mag bij moslims alleen als “medicijn” worden ingenomen. En in dit gezin waren er veel medicijnen in die vorm voor paps nodig. En zo ontstonden er betalingsproblemen, huurachterstand en ruzie in de familie. En na een woningbrand kreeg het gezin ook nog te maken met woninguitzetting. Er werd een familieberaad gepland, samen met een gemeenteraadslid bij ons thuis, om mogelijkheden te verkennen.

De woningverhuurder gaf niet thuis: Dit gezin kwam niet meer in aanmerking voor een sociale huurwoning in ons dorp. Na familieberaad werd het gezin gesplitst: Vader ging naar een kleine wooneenheid in een naburig dorp met twee zoons. Moeder trok in bij familie met dochters en jongste zoon. Paps bleef de centen beheren en mams had niets anders dan haar warme schoonfamilie. Van financiële ondersteuning was geen sprake. Mams ging dagelijks even met de fiets op bezoek en mocht bier halen. En als er geen geld was werd hij onhandelbaar. En dat treurige verhaal vertelde ze zelf, toen ze op school kwam met de vraag of ik tóch ergens een mogelijkheid zag om het gezin weer samen te brengen in ons dorp in een huurwoning. Ze sprak nerveus en snel. Ze had gehoord dat mijn ondersteunend advies voor een ander gezin wel eens had geholpen. Tja, ik voelde me bijna schuldig… En ze moest die dag weer met bier naar hem, maar had geen geld.

Zonder na te denken, pakte ik uit mijn portemonnee een briefje van 10. Ze zei niets, maar de blik in haar ogen vergeet ik niet meer.

 

26 Drie keer verdween er 25 gulden.

In de ochtendpauze gingen onze leerlingen allemaal verplicht naar buiten. Buiten hield één van de collega’s toezicht en wij konden rustig met elkaar een kop koffie drinken in de “personeelskamer”, want alle kinderen waren buiten toch?

Op een dag zei collega Hilde tussen de middag: “Gek, ik weet zeker dat ik in mijn portemonnee een briefje van f. 25,00 had. Nu is het weg! We maakten er grapjes over en namen het niet echt serieus. “Dan moet je morgen maar een ander briefje van f.25,00 als zakgeld in je portemonnee doen…”

Maar de volgende dag na de ochtendpauze, kreeg ik een briefje. Er stond op: “Je zult het niet geloven, maar…. Het briefje van f.25,00 is verdwenen.”

We wilden dit natuurlijk oplossen. We besloten een opzettelijke valstrik te maken en vroegen Hilde om weer een briefje van f.25,00 in haar portemonnee te stoppen, maar vóóraf het nummer te noteren en dat aan mij te geven.

De volgende dag om 10:45uur een kind met een enveloppe: “Weg! Wat nu?”

Collega Henk en ik gingen naar het lokaal van Hilde. Ik ging voor de klas staan, Henk observeerde de groep vanaf de zijkant en Hilde had vanaf haar bureau een goed overzicht. Mijn verhaal: “Jongens en meisjes, er is iets heel vervelends gebeurd. Uit de tas van juf Hilde is geld weggenomen. Het is heel vervelend, maar we denken toch dat de dader in deze klas zit. Daarom gaat meester Henk zo dadelijk met jullie één voor één naar de gang, om je jaszak en om je broekzak te controleren. Op dat moment zag ik Henk een knipoog maken. Hij had wat gezien en zei meteen: “Meester, we beginnen bij dit groepje leerlingen”. Hij nam Rayen mee naar de gang, maar was snel terug, grabbelde in Rayens “vak” onder het tafelblad en liep weer naar de gang. We hoorden hem luid praten. Hij kwam binnen en zei: “Juf, voor vandaag is het opgelost”. Natuurlijk consternatie bij juf en kinderen.

Henk had aan Rayen meegedeeld, dat hij ook verdacht werd van de andere briefjes. En dat hij het geld moest terugbrengen. En dat we zijn ouders zouden inlichten. De tamtam op school gaat snel.

Om kwart over twaalf kwam de oudste zus van Rayen mijn kamer binnen.

 “Meester, meester, u mag het niet tegen mijn vader zeggen. Want dan slaat hij hem dood! (Was dit een vorm van chantage?) Mijn antwoord: “Nou, dat moet dan maar”.

Ik nodigde Rayens vader uit en vertelde langzaam en uitvoerig het hele verhaal. En dat er dus nog f. 50,00 ontbrak. Hij zuchtte en steunde en kon het niet geloven. Hij had zijn zoon nog niet gesproken, maar hem direct naar zijn kamer gestuurd. Maar hij was er van overtuigd: “Hij heeft het niet gedaan, hij heeft het niet gedaan! Hij stond op en verliet mijn kamer, al zeggend: “Hij heeft het niet gedaan”. De volgende dag kreeg ik een enveloppe met f. 50,00 en een briefje. “Hij heeft het niet gedaan”, stond er op.

 

35 “Het paard” wordt drie keer gebruikt.

Op onze school werden vanaf groep 6 eenvoudige werkstukken gemaakt door de kinderen over een zelfgekozen onderwerp volgens een afgesproken werklijst met vragen. Het werkstuk moet een aantal hoofdstukken bevatten met duidelijke titels. En die titels moeten ook weer overeenkomen met de inhoud. Het geheel mag met bijpassende foto’s of tekeningen worden voorzien. Deze werkstukken zijn voor het grootste gedeelte “huiswerk”. Wél mogen er op school boekjes worden geleend. Maar veel kinderen maken gebruik van de plaatselijke openbare bibliotheek als informatiebron. Het werkstuk wordt uiteindelijk gepresenteerd aan de klas. De leerlingen mogen er vragen over stellen en meebeslissen over een beoordeling.

De oudste dochter Ciska van de familie Molenaar zat in groep 6. Zij noteerde op een lijst op de prikwand haar naam en de titel van het werkstuk: “Het paard”. Zo was het vastgelegd en kon niemand meer die titel kiezen.

Na enkele weken was haar werkstuk klaar en kon ze het presenteren aan de klas. Het geheel zag er goed uit, ze wist er veel over te vertellen en dus was iedereen het er over eens: Een acht voor het werkstuk en een acht voor de spreekbeurt.

Twee jaar later kwam dochter Alice in groep zes. Als werkstuk koos zij “Het Paard”. Alice hield een mooie spreekbeurt en haar juf beloonde haar met een mooi cijfer.

Zij vroeg: “Mag ik je werkstuk even meenemen naar huis om het nog eens te bekijken?”

“Ja, dat is wel goed juf. Maar we moeten het wel terug. Mama is er hartstikke druk mee geweest. En dan kan onze Helga het ook nog een keer gebruiken”.

 

45 Woningruilen…. Niet huilen….

In de laatste vakantieweek kwam de oudste dochter van moeder S. bij ons aan de deur.

“Meester we gaan morgen verhuizen naar Doetinchem. Mijn moeder wil hier al lang weg en nu is er een soort vriendin uit Doetinchem, die wel in ons huis wil wonen. Zij heeft ook drie kinderen, net als wij.” Ik keek er van op. Maar ik gunde moeder en kinderen een nieuwe start na, toch wel een moeizame scheiding. De mama van de drie kinderen was een lieve (en mooie) vrouw, maar met weinig organisatietalent voor huishoudelijke taken. De oudste dochter regelde veel thuis, was een goede leerling en sprak veel beter Nederlands dan haar moeder. De beide mannen in het gezin waren de jongsten. De leervorderingen waren best goed. Wél waren ze licht ontvlambaar in spelsituaties en bij het op straat spelen. In het klaslokaal waren het fijne leerlingen.

Ook het “woningruilgezin” had een aantal kinderen waarvan er meteen drie bij ons op school kwamen. Na een week of drie kwam moeder even wat formele zaken regelen en we hoorden dat ze heel erg druk waren geweest om het huis wat “bewoonbaar te maken…….”.

Dat was voor hun een grote tegenvaller geweest bij dit ruilproject. Maar ons dorp beviel de familie goed.

En in Doetinchem? Ons gezin S. was het ook zwaar tegengevallen. Moeder en kinderen konden er niet wennen en wilden terug naar ons dorp. Dus op een vrijdagavond stond de oudste dochter weer bij ons op de stoep.

“Meester we komen volgende week weer terug. Mogen we weer bij u op school komen?” Ik vroeg meteen naar hun nieuwe woonadres. Ze wist het niet precies. Maar het was een klein huisje bij een soort boerderij. En de kinderen konden dan wel op school worden gebracht door mama. En zo gebeurde het.

Na drie weken kwam mama mijn kamer binnenlopen. Ze zag er niet goed uit. Bleek en met wallen onder de ogen, alsof ze weken niet had geslapen. Het ging niet goed met haar. Ze wilde weg uit dat huisje. Reden: De “boer” wilde de huur in natura incasseren. Ze zei het mooi: “Die man wil soms even bij mij blijven en dat wil ik niet”. Haar ogen werden vochtig. We hebben ter plekke een maatschappelijk werker gebeld. En na mijn verhaal, uitte hij een krachtterm en zonder sterke aandrang van onze kant kwam hij direct op school voor verdere informatie. Ook al was het een lastige zaak: Deze familie kreeg binnen een paar dagen een tijdelijke woning op een vakantiepark. En gelukkig konden ze na enige maanden weer terecht in een huurwoning dichtbij hun “oude buurtje”.

 

51 Spinnen en spinnen die groter werden.

De één is bang voor muizen, de ander voor spinnen. En tot 1989 zaten de kleutergroepen 1 en 2 nog in de oude kleuterschool op 200m. afstand van ons hoofdgebouw. Het dertig jaar oude gebouw stond midden in het groen met dus ook kans op “beestjes”. En die waren er volop. En tegen de herfst, als het kouder werd, kwamen grote spinnen de warmte van het gebouw opzoeken. Dat gebeurde vooral na schooltijd, als de kleuters naar huis waren en de leerkrachten hun lessen aan het voorbereiden waren. Twee onderbouwcollega’s die in het gebouw werkten, reageerden panisch bij het signaleren van een spin. De derde collega was iets minder bang en plaatste daarop snel een plastic bakje, doosje, een kopje of een drinkglas over de spin.

En dan volgde een telefoontje naar de schoolschoonmaakster met de vraag of die ’s avonds de beestjes even wilde opruimen die onder de kopjes, glazen, bakjes, doosjes en bekers verborgen zaten.

Maar een enkele keer liep een stevige, dappere spin zo maar door de klas, tussen de kinderen door, naar de poppenhoek. “Juf juf, een grote spin” riep Remco, leerling uit groep 2. “Kun je hem pakken Remco?”, vroeg juf.

“Nee, ik pak wel een bal. (Tenk tenk) Oh juf, kijk eens! Hij is opeens véél groter geworden”.

 

59 Het “schone” kleuterslipje.

Natuurlijk zijn kleuters (bijna) zindelijk als ze bij ons op school komen. Dat vertelden we de jonge ouders al bij de aanmelding. Heel vaak vonden ouders dat geen enkel probleem, soms keken ze elkaar veelbetekenend aan, terwijl ze dachten: “Dan moeten we toch nog aan de zindelijkheidstraining”. En een enkele keer zei een moeder van een stevig gepamperd kleutertje: “Maar juf kan haar toch wel verschonen?” “Nee, dat staat niet in onze functieomschrijving en het zit ook niet in ons dagelijks takenpakket.”

We hanteerden de regels:

Een kleuter komt niet met een luierbroekje op school

Juf verwisselt geen poepluiers en/of broekjes. In-geval-van,  wordt het huisadres gebeld voor verschoning van de kleuter.

Maar ja, tijdens het spelen en werken in de klas, of bij buitenspelen, gebeurt er wel eens een “ongelukje”. En voor die natte broeken hadden we altijd een aantal genderneutrale kleuterslipjes in de kast. De natte broek ging in een plastic zakje mee naar huis en we kregen het wisselslipje schoon en droog weer in de kast. Daarvan werd geen administratie bijgehouden. De ervaring had ons geleerd, dat de wisselslipjes niet van een “zo-uit-de-winkel-kwaliteit” moesten zijn. En in de loop van het schooljaar werd het aantal slipjes wel eens wat minder vanwege “vergeten terug te brengen”. Maar gelukkig hadden de collega’s ook nog goed bruikbare afdankertjes van hun kinderen. Die kwamen ons dan weer goed van pas.

En toen kwam Katja, het dochtertje Angelique bij ons op school. Angelique was de nieuwe vriendin van Anton, wiens ex had besloten, dat ze het beter kon vinden met Antons beste vriend, die vanaf dat moment niet meer zijn beste vriend was.

Angelique presenteerde zich als een pittige vrouw, die na haar zeggen, haar nieuwe huishouden met groot élan vorm gaf.

Daarmee dwong ze echt bewondering af bij de juf en de andere ouders.

Maar al snel bleek, dat hun warme maaltijden bestonden uit frietjes van het cafetaria, groenten en fruit in het menu ontbraken en melkproducten zouden bederven in hun kapotte koelkast.

Anton onderschikte zich op dezelfde wijze, zo als hij dat deed in zijn vorige relatie. Hij had daar vrede mee.

Maar te verwachten: Ook Katja had op een ochtend tijdens het buitenspelen in de broek geplast. Ze kreeg één van kleuterslipjes uit de voorraadkast en de natte broek ging mee naar huis.

’s Middags kreeg juf het schoolslipje al terug. “Wat snel! Nu al gewassen?”

“Nee hoor”, zei mama Angelique, “Ze heeft het toch maar éventjes aan gehad.”

 

63 Tienermoeder en kleuteropvoeder.

Ik zie haar nog voor me als schoolverlater in groep 8.

Mikki, een vrolijke vroegrijpe puber, met toch nog wel veel kinderlijke gedragingen. Paul van Vliet zong o.a. over meisjes van dertien:”….Er net tussen in. Te groot voor de poppen… te klein voor de kerels”. Maar Mikki gedroeg zich echt niet ongelukkig. Zij was ’s avonds vaak bij vriendengroepjes te zien bij de muziektent of sportkantine of “gewoon” op het schoolplein, waar altijd wel wat te beleven was voor ondernemende pubers. Terwijl overdag het schoolhek maar één ingang kende voor onze leerlingen, waren er ’s avonds veel ingangen gevonden via struiken, een gat in de heg, vernielingen van het varkensgaas in het hekwerk en langs de muur van de gymzaal. Dat waren de vele vluchtwegen die ze konden gebruiken op het moment als er politiesurveillance aankwam.

En toen was ze opeens zwanger. Op haar zestiende.

Maar ze bleef “gewoon” bij haar ouders wonen en gaf niet aan dat ze een lieve papa voor haar dochtertje nodig had. Dus in het gezin was er “gewoon” een baby’tje bijgekomen met de naam Pam. Mikki moest nog wel haar school afmaken, maar na het extra jaar (vanwege haar zwangerschap-bevalling-babyzorg), vond ze haar startkwalificatie als kassière bij een tankstation met Foodplaza. (Daar ontmoet je nog eens mensen hè?) Maar alles was goed te combineren met de aandacht voor Pam en het huishouden bij paps en mams, die nog steeds in de buurt van school woonden.

En toen kwam Pam ook op onze school. “Dag meester! Kent u me nog? Dit is mijn dochter Pam. Zij wil ook op de school van mama”. Mama was niet veel veranderd. Dezelfde leuke en vrolijke gezichtsuitdrukking en die mooie lach. Het combineren van werk en thuis ging best goed, zei ze. Zij zou zelf de ochtenden Pam op school brengen. Haar vader en moeder wilden Pam tussen de middag opvangen en ook na schooltijd. Zij had haar werktijden tussen 9:30uur en 18:00uur en was dan voor het avondeten weer thuis en kon ze nog even met Pam spelen. Goed geregeld dus…..

“Tot volgende week maandag om 8:30uur. We gebruiken de hoofdingang voor het binnenkomen. En de zijingang aan de speelplaats voor het verlaten van het gebouw. We hebben eenrichtingsverkeer in het gebouw.”

Maar, de weken erna lukte het mama Mikki toch heel vaak niet om net voor 8:30uur op school te zijn. Ze was steeds tien tot vijftien minuten te laat. Pams Juf zei er ook al wat van, omdat de klas dan al met de gesprekjes was begonnen. We besloten de hoofdingang na 8:30uur op slot te doen. Dat vond Mikki wel vervelend en ze zou echt haar best doen.

Op een ochtend na 8:30uur ( de deur zat al op slot) zag ik het guitige koppie van Pam door een gat in de heg gluren en ze kroop er door heen….. op handen en knieën gevolgd door mama Mikki. En ze gingen rechtstreeks naar de zijingang en gebruikten dus die uitgang als ingang.

Mikki was de oude vluchtwegen nog niet vergeten.