De Oorlog in het dorp Eerbeek

De eerste oorlogsjaren verliepen in Eerbeek tamelijk rustig, hoewel er bij de bezetting op 10 mei 1940 wel is gevochten.

Dit gebeurde op de Loenenseweg, Evacués uit Brummen zochten een veilige plek.  Een aantal Duitsers is hier toen gesneuveld.

In 1943 vond in Eerbeek een grote verzetsdaad plaats: Een staking van enkele dagen in alle papierfabrieken.

Van de gearresteerde directeuren werd D.W.van Vreeswijk gefusilleerd.

Ook in Eerbeek ontstond een goed georganiseerd verzet en waren er opmerkelijk veel onderdijkers gehuisvest, vooral op Coldenhove. Hier vonden in september 1944 ook veel evacués uit Arnhem een onderdak.

Op 23 februari 1945, ongeveer zes weken voor de bevrijding, werd er voor het eerst grote materiële schade aangericht. Een V-1 (een Duitse raket) op weg naar Antwerpen, raakte onklaar en stortte neer, midden in de bebouwde kom. De vliegende bom doodde elf mensen, verwondde dertig personen en richtte grote materiële schade aan.

In Eerbeek waren het niet de Canadezen, maar de Engelsen die op 16 april 1945 de bevrijding voor hun rekening namen; een verkenningsbataljon van de Polar Bear lnfantry Division was er het eerst. Strijd hoefde nauwelijks worden gevoerd. Het duurde niet lang, op zowat elke tank was voorzien van bloemen of oranjeversierselen. Spontaal werd het Wilhelmus gezongen. Direct na de komst van de geallieerden zag men overal het zelfde ritueel: de arrestatie van NSB'ers en het kaalknippen van meisjes die met Duitsers bevriend waren geweest. Een grote volksvreugde, maar het verliep niet altijd correct.