Persoonlijke herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog

door W.A.Sanders.

 


Ik ben geboren in februari 1936 en was dus vier, toen de oorlog uitbrak en negen toen de oorlog voorbij was. Aan de oorlog heb ik vele herinneringen, maar er hebben drie heftige gebeurtenissen plaatsgevonden, die mij ernstig geroerd hebben. Deze vonden plaats op:

Zaterdag 1 mei 1943

Maandag 26 september 1944

Vrijdag 23 februari 1945

In de maand februari 2017 vroeg mijn broer mij om mijn persoonlijke herinneringen op te schrijven over mei 1943. Ook in februari van dit jaar stuurde Freek Toevank mij een verhaal toe van Jan Zengerink over 23 februari 1945.

 


Het gevolg hiervan is de aanleiding voor mij, om hierover het een en ander te vertellen. In mei 1940 was ik vier jaar oud en zat op de kleuterschool bij Juffrouw Ehrenfelt. De Duitsers vielen ons land binnen door de lJssel over te steken, terwijl de bruggen waren opgeblazen. De inwoners van Brummen werden geevacueerd. Wij hadden een echtpaar uit Dieren ingekwartierd, die na drie dagen weer verdwenen waren. Bij de inname van de Duitsers was er een kogelgaatje in het slaapkamer raam van mijn ouders gekomen.

Het leven ging hierna voor mij zijn gewone gang. Een poosje later was er geen benzine meer voor de auto. De auto van mijn vader kreeg een aanhangwagen met gas. Dat gas kwam gewoon van de gashouder, stond niet onder druk, in Loenen. Mijn oom Dick van Vreeswijk, een zwager van mijn vader, die ook directeur bij Coldenhove was, reed in een Opel met accu’s er in. Daar reed hij mee naar Coldenhove. Mijn vader haalde hij op en ik reed mee naar school midden in het dorp waar mijn Opa woonde. Opa Willem was gepensioneerd. Met die Opel gingen we een keer kersen eten bij Schoonman in Brummen. Bij de spoorwegovergang bij Onder de Linden in Oeken liep de ketting er af. Dus net als bij de fiets moest oom Dick de ketting er weer opleggen. Gevolg zwarte vettige handen.

Op 1 april 1942 was ik zes jaar en kwam ik in de eerste klas van de Lagere School . Op school zaten ook kinderen, waarvan de ouders NSB-er waren. Op het schoolplein speelde je gewoon ook met deze kinderen, maar ik mocht niet bij hen thuis spelen of hen mee naar mijn huis meenemen om te spelen na schooltijd. In januari 1943 luisterden mijn ouders bij het ontbijt naar de Engelse radio. Je mocht toen nog een radio hebben. Bij het ontbijt hoorden we toen dat er een Oranje Prinsesje was geboren. Een derde dochter van Prinses Juliana. Vreugde! Mag ik dat op school vertellen ? Nee. Aan de juffrouw wel.

 

Op 1 april 1943 kwam ik in de tweede klas en zat met 50 kinderen bij Juffouw De Klerk. Heel streng was die. Bij het minste of geringste moest je in de hoek staan bij haar, netjes met je handen op de rug . Door een boekenkast langs de zijwand waren er meer dan vier hoeken beschikbaar. In de klas moest je netjes rechtop zitten, niet wiebelen. Vreselijk!

Op donderdag 29 april 1943 werden door Rauter -de politiechef-  alle 300.000 Nederlandse militairen, die 1940 tegen de Duitsers gevochten hadden onder krijgsgevangenschap gesteld. Dat betekende verplichte te werkstelling, Arbeidseinsatz.

In Twente breekt 's middags direct, spontaan een staking uit. Die slaat over naar Gelderland. In Arnhem, Nijmegen ,Apeldoorn en ook in Eerbeek wordt vrijdag 30 april gestaakt. Een gespannen situatie. Ook zaterdagmorgen wordt er niet gewerkt. Wel wordt dan afgesproken om maandag 3 mei weer aan het werk te gaan. De staking wordt breed gedragen door de arbeiders en en de leidinggevenden.

 

Zaterdagmiddag 1 mei ging ik met mijn vader met de auto op bezoek bij oom Goossen Huiskamp in de Kloosterstraat. Daar gingen we wel vaker naar toe. Op de terugweg naar De Brink, ons huis, stond er een bus bij de school tegenover de winkel van Te Hennepe, waar nu Hendriks de boekwinkel zit. We konden daar gewoon langs rijden en we stopten bij Garage Winkels. Daar hoorden we over het arresteren van de directeuren en leidinggevenden van de papierfabrieken. De Duitsers waren boos omdat er gestaakt werd bij de papierfabrieken in Eerbeek. Na de stop bij Garage Winkels zijn we met mijn vader door gereden naar De Brink.

 Thuis op De Brink werd er aan een stuk door gebeld. Boosheid was er, dat Opa Willem van eind zestig en al jaren gepensioneerd, was opgepakt. Ook oom Dick van Vreeswijk was gearresteerd. Hij was met zijn broer Henk van Vreeswijk, die bij hem logeerde, onderweg naar Nijk om te biljarten, wat hij elke zaterdagmiddag deed. Mijn tante Dora, de man van Dick van Vreeswijk, hoorde van Henk van Vreeswijk over het oppakken van haar man. Zij is nog met de fiets er heen gegaan en heeft nog afscheid kunnen nemen van Dick. Op de Brink zag ik door het raam onze overbuurman C.L.Sanders, van de Zonnekempe, tussen twee Duitsers in afgevoerd worden naar de bus. Hij was getrouwd met Johanna Huiskamp. Op mij heeft dat lopen, tussen die soldaten, van C.L.Sanders een diepe, haast traumatische indruk achtergelaten. Zonder mijn vader is de bus met elf arrestanten naar Arnhem vertrokken.

In de bus zaten: Wilem Sanders, Andries Huiskamp, C.L.Sanders, Dick van Vreeswijk, Evert Schut, Tjapco Bos, Johan Kersten, Henk Absen , Frits Burgers, Jo KleinGotinkk en Jaap Bello(tuinman van M.CSanders ).

Na het vertrek van de bus was er angst. En er werd  na het horen over wraakacties elders, het ergste gevreesd. Zondagmorgen kwam Opa Willem weer terug. Opluchting! Maar over Oom Dick hoorde ik niets terwijl er wel anderen in de loop van de zondag terug kwamen. Henk van Vreeswijk is maandagmorgen 3 mei naar Arnhem gegaan en heeft daar in het Rijnhotel, waar het standsgerecht zitting hield, gehoord dat Dick was gefusilleerd.  Dat werd toen ook officieel gepubliceerd. Hij zou op zaterdagmorgen 1 mei, werkwillige arbeiders weer naar huis hebben gestuurd, zoals twee aanwezige NSB-ers toen hebben meegemaakt. Zo staat het ook in het RIOD-archief en in de publicatie van Rauter. Met 18 anderen is hij zondag ter dood veroordeeld door het standsgerecht. De executieplaats was bij de Galgenberg achter het Openlucht Museum en vond zondagavond plaats.

Oom Dick van Vreeswijk werd 35 jaar en liet een vrouw, mijn tante Dora met twee kinderen van 4 en 2 ½ jaar na .

Door mijn vader is mij maandagmiddag verteld, dat mijn oom Dick door de Duitsers was doodgeschoten. Er is nooit meer over het fusilleren van Oom Dick gesproken. Niet door mijn tante Dora of door mijn ouders of wie dan ook. Het was een gesloten, nooit verwerkt gebeuren. Het stoffelijk overschot is nooit gevonden. Mijn vader is enige keren naar opgravingen van stoffelijke overschotten geweest na de oorlog. Het monument voor het Gemeentehuis in Brummen, onthuld door mijn tante, is de enigste plek voor de familie om hem te herdenken.

 

Het verlies is nooit verwerkt.


 


 

 
Andere persoonlijke herinneringen aan de tweede wereldoorlog

Na april 1943 werd de situatie grimmiger en veel minder aangenaam.

Er werden arbeiders van Coldenhove naar Duisland gestuurd om daar in de oorlogsindustrie te werken. Zij kwamen 's avonds afscheid nemen van mijn vader. Het humeur van mijn vader was dan niet goed meer, want hij trok het zich erg aan. Later deserteerden sommige mensen dan en sliepen dan thuis in de hooiberg.

Er kwam inkwartiering van Duitse soldaten in ons huis.

Alle auto's werden in beslag genomen. Daarom werden ze dus verstopt onder de takkenbossen of achter stapels papier in de paardenstal.

De radio werd in beslag genomen. Daarom werd er naar de verstopte radio geluisterd op Coldenhove.

Het liefste paard van mijn buurman Derk Derksen werd in beslag genomen en door de Duitsers meegenomen. Dit tot groot verdriet van mijn buurman.

Maar er gloorde hoop: De invasie in juni 1944. De troepen trokken snel naar het noorden. Toen mijn opa Willem 70 jaar werd op 20 september 1944, waren de geallieerden al in Zuid-Nederland. Ik had geen school meer want daar zaten de Duitse soldaten in. Maar het ging helemaal mis. De slag om Arnhem ging verloren mede door een grote Duitse overmacht.

Mijn tweede vervelende tweede wereldoorlog gebeurtenis, was de evacuatie van Arnhem. Op maandag 26 september 1944 kwamen er grote groepen mannen, vrouwen en kinderen lopend uit Arnhem naar Eerbeek. Zij liepen met karretjes, volgepakte fietsen en witte vlaggetjes via de Loenenseweg Eerbeek in. Dat maakte diepe indruk op mij. Op De Middenenk bij M.C.Sanders, die samen met mijn vader het evacuatiebureau vormde, werd iedereen van een evacuatieadres voorzien.

 

De oorlogswinter begon.

Er waren opeens veel vriendjes bij mij in de buurt, kinderen van evacuees, om mee te spelen. Er was geen school want die was bezet met evacuees.

Ook thuis waren er lieve evacuees, waarmee we samen spelletjes deden en zo. Stroom kwam via het waterrad van de Korenmolen bij mij thuis, mede dank zij het feit dat de top van de Kema in Eerbeek zat. Bij Nijk was het ziekenhuis en in de kleuterschool was het kraamcentrum gevestigd.

Bij garage Winkels was een gaarkeuken.

Elke morgen had ik van 9 tot 10 uur les van oom Gerrit van Zadelhoff, een oud hoofd van een lagere school in Arnhem. Ik zat in de derde klas. Mijn broertje zat in de eerste klas en kreeg van 11 uur  tot 12 uur les. Ook fietste ik elke dag naar De Hoogte om twee flessen melk bij een boer te halen.

De Duitsers hadden een onbemande raket met een bom ontwikkeld, de V-1. Vanuit de Achterhoek werden die raketten begin 1945 afgevuurd op de haven van Antwerpen. Door de knullige constructie storten vele V-l's voortijdig neer.

Op vrijdag 23 februari 1945 om 11 uur 's morgens valt er een V-1 neer, die ook nog ontplofte, precies neer op het kruispunt Stuijvenburchstraat/Coldenhovenseweg.

Dat is  mijn derde heftige Tweede wereldoorlog-gebeurtenis.

Er vallen 11 doden, allemaal Arnhemse evacuees en 30 gewonden.

De ravage was enorm, mede door de luchtdruk bij de ontploffing. De villa van mijn opa was helemaal kapot, evenals een groot deel van de school, de bakkerij van Mulder en de schoenwinkel van te Hennepe. De laatste brandt zelfs helemaal af.

Het huis van mijn opa was gevorderd door de Duitsers - voor de stationschef -  waardoor hij er niet woonde op dat moment. Hem is dus niets overkomen.

Ongeveer 10 uur na de ontploffing wordt er nog een stem gehoord. Die komt van een knaap van 14 jaar, die in een bedolven schuttersputje zit. Hij wordt gered. Het blijkt de uit Arnhem afkomstige Jan Willemsen te zijn. Hij heeft in 2015, samen met Gerard Schut het gedenkteken vanwege de V-1 ramp onthuld.

In de villa van mijn opa hing aan de binnenmuur het gewei van een hert. Dat was nog helemaal intact. Het hangt nu hier bij mij in de gang boven de voordeur.

De villa van Opa is exact herbouwd. Nadat ik er in 1936 de eerste steen voor had gelegd heb ik dat 10 jaar later voor de tweede keer gedaan.

Vanaf Pasen 1947 kon mijn opa weer wonen in zijn herbouwde huis.

 

 

 

 

 

 

Nu staat daar het winkelscentrum met o.a. Super PLUS. *)

 

*) Dit verhaal is een vertelling van Wilant Sanders aan de vriendengroep “Industriële Club Eerbeek” in 2017 en voor deze website geschikt gemaakt. F.Toevank